Geschiedenis van de Herdwick

Alles begon vermoedelijk met de invasie van de Noormannen. Waarna de Monniken in de middeleeuwen verder voor de verspreiding zorgden. Rondtrekkende Herders wijzigden het landschap en leerden de Herdwick het hefting-gedrag .

Stilaan zien we dan de eerste hillfarms ontstaan en het gebruik van "common ground" & "dry stone walls" . De Herdwicks kenden een nuttig gebruik in de oude plattelandseconomie, maar waren op hun retour door de moderne landbouwtechnieken. Heden zijn de Herdwicks weer helemaal terug en zorgen ze voor een gevoelig ecologisch evenwicht en voor de schoonheid van een open landschap. De brandstapels voor de bestrijding van de "Mond en Klauwzeer" epidemie in 2001 vormden de laatste dreiging. Invasie vanuit het vaste land Het Verenigd Koninkrijk geldt algemeen als de bakermat van de Herdwick en wordt er beschouwd als inheems schapenras van Cumbria, meer bepaald van de centrale en westelijke Lake District. Er zijn nochtans genoeg aanwijzingen dat de wieg van de Herdwick moet gesitueerd worden op het vasteland, meer bepaald Scandinavië. Vooral het feit dat op het eiland oorspronkelijk geen schapenrassen met lange staarten voorkwamen ondersteunt deze stelling. Over hoe en wanneer deze transmigratie heeft plaats gehad is weinig gedocumenteerd. Volgens de meest gangbare theorie werden de voorouders van de Herdwick binnen gebracht door de vroeg Noorse kolonisten tijdens de Viking invasies van West-Engeland ergens tussen de 10e en 11e eeuw.  Middeleeuwen Feit is in elk geval dat in de daaropvolgende middeleeuwen, de cisterciënzer monniken van de Abdij van Furness, in het district van de meren grote stukken land beheerden en daarbij grote kuddes Herdwickschapen onder hun hoede hadden. Het woord “Herdvyck” in de betekenis van “schapen grasland” en verwijzend naar de huidige rasnaam is opgenomen in documenten die dateren uit de 12 e eeuw. Het Lake District bestond in die tijd hoofdzakelijk uit beboste heuvels en bergen waaronder Engelands hoogste toppen: Scafell Pike, Scafell, Helvellyn en Skidddaw (> 900 m). Het klimaat is er ruw en nat en de vegetatie schraal. De constitutie van de Herdwicks, hun waterdichte dikke vacht en hun dikke sterke poten maakten hen meer dan alle andere schapenrassen geschikt om in dat terrein en met schaars voedsel te overleven.  Invloed op het landschap Er kan worden van uitgegaan dat met de aanwezigheid van de Herdwick in The Lake District, het gebied vanaf de 12de en 13de eeuw gaande weg werd ontbost. In die periode leefden de herders namelijk nog dag en nacht met hun kudde en trokken rond over berg en dal, waardoor het landschap geleidelijk werd opengetrokken en de nu zo gegeerde groene heuvels verschenen. Ontstaan van het Hefting-gedrag Aangenomen wordt ook, dat door het rond trekken met de Herders de Herdwicks vertrouwd raakten met hun weg in de bergen en tevens hun hefting-gedrag ontwikkelden (ook vaak homing-gedrag genoemd). Een gedrag waarbij de dieren zich aan een bepaald grondgebied binden, wijd verspreid grazen en ooien steeds naar precies dezelfde plaats terugkeren om te lammeren. Eerste Hillfarms Als gevolg van dat hefting-gedrag is ook het ontstaan te verklaren van de eerste hill farms. Deze meestal kleine schapenboerderijen in de heuvels van het Lake District maakten dankbaar gebruik van deze eigenschap en lieten hun Herdwickkuddes vrij in de heuvels en bergen grazen. Zonder hulp van een permanente aanwezige herder noch kosten voor afrasteringen realiseerde men toch een efficiënte benutting van het grasland en hield men tevens de kudde onder controle. Andere schapenrassen in de heuvels zoals de Rough Fell en de Swaledale zijn heel waarschijnlijk ook oud en hebben eveneens een grote weerstand, maar moesten het wat dat betreft toch tegen de Herdwick afleggen. Common ground and dry stone walls Uit die tijd evolueerde ook het gebruik van gemeenschappelijk grond, een traditioneel systeem dat voor honderden jaren en nog tot op vandaag grotendeels ongewijzigd is gebleven. De stenen muurtjes die vandaag zo de contouren in het landschap bepalen verschenen echter veel later, de meesten werden gebouwd tussen 1750 en 1850 toen naast de gemeenschappelijke grond ook al eigen grond, meestal lager gelegen percelen rond de hoeves, als grenslijn en beschutting werd afgebakend. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het DAD-IS (Domestic Animal Diversty Information System) gehost door  FAO (Food and Agricultural Organization) de Herdwick als inheems bergras identificeert en respectievelijk Cumbria en 1750 aanduiden als plaats en jaar van oorsprong.  Gebruik van de Herdwick De Herdwicks werden oorspronkelijk gebruikt voor de wol en het vlees. Omdat de wol echter nogal stug is en veel kemp bevat bleef het gebruik erg lang beperkt tot locale ambachtelijke toepassingen. Hun vlees werd vroeger aan de lucht gedroogd, een traditionele conserveringsmethode die waarschijnlijk met de Vikingen is overgekomen en in Scandinavië vandaag nog steeds wordt toegepast. Vandaag staat het Herdwicklamsvlees echter hoog aangeschreven en zien we een sterke promotie en een groeiende nationale distributie ervan.  Retour en comeback Met de opkomst van nieuwe landbouwtechnieken en de ontwikkeling van meer productieve schapenrassen en meer moderne wijzen van de schapenhouderij dreigde het ras begin 20e eeuw volledig te verdwijnen. De jeugdschrijfster  Beatrix Potter (1866-1943) was als conservationiste zeer actief in het behoud van het milieu (met uitzondering van het bos), de daarbij horende manier van leven, en helaas ook de inefficiënte plattelandseconomie. Niettemin heeft zij door het opkopen en de instandhouding van de wegkwijnende herdwickboerderijen het ras voor uitsterven behoed. In 1930 werd zij voorzitter van de  “Herdwick Sheep Breeders' Association” en na haar dood schonk zij haar boerderijen samen met de circa 2000 hectare grond aan de  National Trust. Deze organisatie bezit er vandaag meer dan 520 km2 platteland en 90 boerderijen. Om te vermijden dat de rustieke Herdwick verdwijnt en om het daarmee verbonden open landschap in stand te houden betalen ze er de boeren om Herdwicks te houden.  Gevoelig evenwicht Want het Lake District wordt erg gewaardeerd voor het spectaculaire open landschap van pieken en dalen doorsneden door een lijnenspel van grijze stenen muren. Een landschap gevormd door generaties van boeren met hun schapen. Een gebied ook met de potentiële status van werelderfgoed. Het open karakter van het landschap is echter het resultaat van een gevoelige balans van het weiden van schapen; te weinig schapen leidt tot groei van struikgewas en uiteindelijk bebossing, te veel schapen leidt tot overbeweiding en bodemerosie. Boeren en milieu-organisaties streven ernaar om dit evenwicht te bereiken, door ervoor te zorgen dat de schapenhouderij in de heuvels zowel economisch als duurzaam is. De Herdwick speelt daarbij een onvervangbare rol en is dan ook de trots van Cumbria geworden en een icoon van het  toerisme in de regio. Hun aantal werd er in 1997 geraamd op 75.000.  De brandstapels van 2001 In februari 2001 echter brak in the Lake District bij het vee het ‘Mond en Klauwzeer’ uit waarbij ook de Herdwicks werden getroffen. Door hun vrije en grote bewegingsradius betekenden zij een groot besmettingsgevaar voor de regio. Bij de drastische bestrijding van de ziekte werd de Herdwickpopulatie gedecimeerd. Terecht werd toen gevreesd dat samen met de Herdwick ook de door de Engelsen zo geliefde groene heuvels zouden verdwijnen. Vandaar dat er ook alles aangedaan werd om dit scenario te vermijden. Naast het herstel van de kuddes door speciale fokprogramma’s en financieringen werd de Herdwick ook opgenomen in de ‘Erfgoed Genenbank’. Op the watchlist van  the Rare Breeds Survival Trust wordt de Herdwick vandaag als mainstream breeds gekwoteerd (> 3000).